Molen-vlieger (1969)

Hits: 383

De molen is een iets ingewikkelder ontwerp, vooral voor wal betreft het draaimechanisme, maar een vlieger met een dergelijke uitzonderlijke vorm is dan ook extra aantrekkelijk.

Het houten geraamte van de molen wordt gevormd door drie latten, te weten een lat van 1,5 m en 1 x 2 cm en verder twee latten van 1 meter en 1 x 1 cm. De langste lat fungeert als verticale staander. De basis van de vlieger wordt gevormd door een van de twee kortere latten die aan een uiteinde van de verticale lat wordt bevestigd door middel van vliegertouw. De tweede lat wordt 50 cm daarboven en evenwijdig aan de basislat op de verticale lat vastgezet.

Voordat we de bovenkant van de vlieger samenstellen, bepalen we waar het draaipunt voor de wieken zal komen. Het is van groot belang dat de wieken straks voor niet meer dan de helft boven de top van de molen uit zullen steken. Daarna buigen we een in tweeën gesplitste bamboestok tot een halve cirkel. Tussen beide uiteinden van deze bamboestok wordt een spantouw bevestigd. Wanneer deze bamboeboog aan de top bevestigd is, moet dit spantouw iets onder het draaipunt van de wieken komen te liggen.

Ongeveer 7 cm vanaf de uiteinden van de twee horizontale latjes van de onderbouw maken we een inkeping. Vervolgens worden aan beide uiteinden van het bovenste horizontale latje door middel van een haakse keepverbinding twee latjes van 1 x 1 cm en 7 cm lengte bevestigd. De verbindingen worden met vliegertouw versterkt. Daarna spannen we touwtjes tussen de latjes van de onderbouw en de gebogen nok en wel via de inkepingen. Tussen de twee korte latjes wordt eveneens een touwtje gespannen. Dit touwtje markeert de omloop van dr molen.

Iedere wiek kunnen we op zich als een klein vliegertje beschouwen. Het geraamte van een wiek bestaat uit drie latje; te weten een latje van 60 cm, een latje van 20 cm en een latje van 13 cm. Ze meten verder lxl cm. De korte latjes worden aan weerszijden van de langere lat bevestigd door middel van een keepverbinding. De verbindingen worden versterkt met vliegertouw. De vleugels van de wieken worden gemarkeerd door gespannen touwtjes. Een en ander staat op de werktekening.

Het draaimechanisme bestaat uit een vierkant stukje multiplex van 13 x 13 cm en 10 mm dik, waarin in het midden een gat is geboord. In dit gat past een koperen busje van ongeveer 2,5 cm lang en met een binnenmaat van ruim 5 mm. Aan dit koperen busje solderen we een koperen plaatje, waarin voorgeboorde gaatjes zijn aangebracht. Dit plaatje wordt vastgeschroefd aan het multiplex. In het busje past een bout met een doorsnee van 5 mm en een lengte van 5,5 cm. Deze bout is voorzien van een oog. De bout wordt door middel van een moer en een tegenmoer opgesloten in het busje.

We gaan eerst de wieken diagonaalsgewijs op het multiplex vastlijmen en vastschroeven. Het is aan te raden de latten voor te boren. Dit gebeurt aan de kant waar het oog komt te zitten Het beplakken van de molen, dat daarna aan de beurt is, geschiedt bij voorkeur in vier kleuren, zodat de kap, de romp, de wieken en de onderbouw duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn.

Daarna kunnen we de bout van het draaimechanisme (met daaraan vast de wieken) in het daarvoor bestemde gat in de verticale lat schuiven en door middel van twee ringetjes of plaatjes en een borgmoer vastzetten.

Controleer of de wieken voldoende vrij draaien van de molen en of ze ook niet al te soepel of te zwaar draaien. Dit laatste kunt u eventueel nog bijregelen door de eerdergenoemde moer en tegenmoer waarmee de bout in het busje is opgesloten, te verstellen.

Na de bevestiging van de wieken wordt aan de onderlat een lus gemaakt, terwijl aan de ring van het draaimechanisme een touw geknoopt wordt, dat aan die lus bevestigd wordt.

Controleer nu of de vlieger in balans hangt en een schuine stand zal innemen. Een tweede lus aan de basislat is bestemd voor de bevestiging van de staart, gemaakt van propjes papier.

Download hier onder de bouwtekening.

Origineel geschreven door een onbekende schrijver
Gepubliceerd in VT Vrije Tijd, juli 1969
Originele titel: Dat zijn pas vliegers